Vissen op camping: Des2Rives aan de Arroux

Begin jaren negentig stond ik voor het eerst met mijn hengel langs een snelstromende beek. Met mijn vliegenhengel langs de Duitse Kyll om precies te zijn.

Barbeel Arroux (Frankrijk)

Barbeel Arroux (Frankrijk)

Het water kolkte en bruiste en ik zag forel en vlagzalm zwemmen, als in een glashelder aquarium. Dat was volkomen nieuw! Geboren en getogen in Noord-Holland kende ik vooral troebel, ondiep en stilstaand water. En – vooruit – een paar diepe, heldere plassen. Het zien van al die vissen maakte me laaiend enthousiast en ik wilde zo snel mogelijk beginnen. Nu had ik zelfs al wat ervaring op stromend water, op de IJssel, maar dit was andere koek! De stroom trok mijn lijn direct na elke inworp mee, mijn nimf racete langs en over die vissen en na een uurtje ploeteren voelde ik me behoorlijk verloren. Gelukkig was ik met een ervaren crack mee die me de eerste beginselen van het nimfvissen op stromend water kon bijbrengen. Na een paar tips had ik al snel mijn eerste vlagzalm en uiteindelijk werd het een geweldige trip.

Dat is precies wat je nodig hebt met zo’n nieuwe visserij: wat richtlijnen, een beetje vertrouwen, een eerste aanbeet en dan komt ‘t goed. Hoe gaan we het op de Arroux aanpakken?

De belangrijkste vissen voor ons zijn sneep (hotu), kopvoorn (chevesne) en barbeel (barbeau). Die kun je – afgezien van vliegvissen – op twee manieren vangen: met de dobber, of met lood. Vliegvissen gaat ook, vooral op kopvoorn, maar ik vond dat moeizaam gaan en heb er voornamelijk kleinere vissen mee gevangen. Wel heel leuk gevist overigens, en misschien kunt u het veel beter! Maar nu even over dobber of lood, waarvoor ik een respectievelijk matchhengel en een feeder gebruik.

Dobber
De rivier heeft veel verschillende gezichten. Als het flink geregend heeft, raast er een koffiebruine modderstroom door de bedding. Dan zou je met een dobber van een gram of 15, 20 drijfvermogen aan de gang kunnen maar een feeder met een loodje werkt dan beter en gemakkelijker. Meestal is het water in de zomer lager en helderder en dat zijn ideale omstandigheden voor de dobber. Mijn favoriete methode!

We gebruiken een vaste dobber. Het drijflichaam zit boven het midden en de lijn zit onder én boven het drijflichaam vast. Zo’n dobber kun je in de stroom afremmen zonder dat-ie onder water verdwijnt. Een oogje in het drijflichaam kan, maar een siliconenrubbertje erboven is beter. Zo’n oogje sla je er vroeg of laat toch uit.

Kies je dobber niet te licht. Ik gebruik meestal iets tussen de twee en acht gram drijfvermogen, afhankelijk van stroming en diepte en van welke vissoort ik wil vangen. Laten we het eerst gaan proberen op de barbeel.

Barbeel
Goede stekken zijn iets diepere geulen. Die vind je in buitenbochten of achter versmallingen waar het sneller stroomt. Op ondiepe, rustige stukken zie je ze soms ook maar daar zijn ze een stuk lastiger te vangen! De brug in het dorp is een mooi voorbeeld: aan de ondiepe westkant zie je vaak veel vis maar je kunt beter gaan vissen in het snelstromende, diepere geultje aan de kant van de camping. Daar zie je ze minder goed maar je vangt ze veel gemakkelijker!

Essentieel is een continu voerspoor. Als voer gebruiken we geweekte en gekookte hennep en tarwe en wat van het aas dat we aan de haak doen. Philippe Nectoux – de bloemen- annex hengelsportwinkel net voorbij de brug in het dorp – verkoopt hennep en tarwe. Die zetten we minstens 24 uur in de week en daarna een half uurtje aan de kook. Vooral hennep is een mega-vislokker waarvoor barbelen soms urenlang elke steen blijven omkeren om nog wat te vinden. Tarwe is visueel weer opvallender en misschien is dat wel de kracht van de combinatie.

Mijn favoriete aas is lunchworst, dus ik meng kleine blokjes lunchworst door de hennep/tarwemix. Gewoon een of twee blikjes in blokjes van een centimeter snijden en door een emmer voer mengen. Liever ander aas? Kaas, kattenvoer, mais of maden doen het ook.

Van het voer gooien we elke paar minuten een klein beetje op de stek. Een klein greepje tegelijk met de dobber. Dat voer stroomt weg en maakt een tientallen meters lang spoor stroomafwaarts waarop vroeg of laat vis afkomt. De eerste vissen vang je vaak ver weg maar op de duur komen ze steeds dichterbij, op zoek naar de bron van al dat lekkers.

We laten de dobber lange driften maken. Het mooiste is wanneer het aas vlak boven de bodem ietsje voor de dobber uitgaat. Vissen die dan tegen de stroom in liggen, komen eerst het aas tegen en niet de lijn. Hoe bereikt u dat? Zet de dobber iets dieper dan de waterdiepte. De bulk van het lood komt een centimeter of 40 boven de bodem en daaronder zet u nog twee loodjes die de dobber goed uitloden, het kleinste onder. Tijdens de drift houdt u de beugel open en uw vinger op de spoelrand. Geef gecontroleerd lijn en rem de dobber constant iets af, zodat het aas een beetje omhoog komt en vooruit gaat.

Een onder schietende dobber laat geen twijfel. Soms lijkt het echter of het aas aan de bodem blijft hangen. Bij twijfel direct de vinger op de spoel en voorzichtig voelen. Een aanbijtende vis in de stroming laat niet snel los en u voelt direct of het bodem of vis is. Sla aan met de beugel open en de vinger op de spoelrand. Daarna de beugel dichtklappen en drillen.

Kopvoorn en sneep
Bij het barbeelvissen met de dobber zult u ook kopvoorn vangen, soms zelfs meer dan barbeel. De meeste kopvoorns zullen echter aan het eind van de driften komen, waar het water iets rustiger is. Kopvoorns, en snepen ook, zwemmen namelijk in de rustigere stukken van de rivier. Snepen zelfs bij voorkeur. Wie liever kopvoorn of sneep vangt, concentreert zich dus op het rustigere water. Daar is lichter materiaal op zijn plaats, 12 of 14/00 en een lichtere dobber, als het kan een 3 of 4 BB pennetje. Snepen en (grote) kopvoorns zijn schuwe en voorzichtige vissen en in de minder harde stroming hebben ze alle tijd om de boel goed te bekijken. De tarwe en hennepmix doet ook hier goede zaken, maar wie sneep wil vangen moet geen worst als aas gebruiken. Kopvoorns zijn er gek op maar snepen hebben liefst een paar maden of casters.

Lood
Stukken eenvoudiger dan het vissen met een dobber is vissen op de top, met een werploodje. Een mega-spannende en vaak ook mega-efficiënte methode. Zichzelf hakende barbelen zorgen voor spectaculaire aanbeten! Hoe pakken we dit aan? Het benodigde lood hangt af van stroming en lijndikte. De bedoeling is dat het nét wel, net niet blijft liggen. Bij laag water kan dat vijf gram aan 16/00 zijn, bij hoog water misschien 20 of 30 gram aan 18/00. Gewoon proberen dus. Wartellood, kogellood of plat lood kan allemaal. Het voordeel van wartellood is dat je het snel kunt verwisselen, via een speldje of gewoon door het over je haak te schuiven. Het lood stuit ik met een loodhagel een centimeter of 20 van de haak af, een maatje 12 of 14. Ook hier is lunchworst een ideaal aas: het blijft prima op de haak zitten maar is zo zacht dat een aanbijtende vis meestal zichzelf haakt.

Voeren doen we net als met de dobber: continu kleine beetjes. Met het loodje kun je perfect een stuk bodem afzoeken. Begin recht naar voren en laat de montage langzaam stroomaf hobbelen. Vaak pakt een vis het aas juist wanneer het wegrolt. Sommige barbeelcracks zweren erbij om de hengel vast te houden en de beten te voelen. Zelf vind ik een driepootsteun af en toe ook erg handig. Je ziet elk tikje – maar soms is het eerder een kwestie van oppassen dat een barbeel je hengel er niet intrekt!

Om te voeren kunt u natuurlijk ook een voerkorf pakken. Om een of andere reden doen de barbeelcracks in Engeland – waar het barbeelvissen op dit soort riviertjes in feite vandaan komt en waar wij veel van afkijken – dat nauwelijks. Misschien omdat je met die korf slecht de bodem af kunt zoeken, of omdat een wolk los voer uit de korf met een noodgang stroomafwaarts verdwijnt en vis meelokt. Ik weet het niet. Ik heb wel gevangen met de korf maar een licht loodje bevalt me beter. Bovendien kun je een licht loodje ook aan de matchhengel vissen en dat vind ik leuker dan aan een strakke feeder.

De visserij met lood is gericht op barbeel en kopvoorn maar dat betekent niet dat u geen andere vis kunt vangen. Kijk niet gek op als een vermeende recordbarbeel uiteindelijk een knappe brasem blijkt te zijn die in de volle stroming heel wat mans is!

Stekken
Een van de charmes van vissen is het zelf ontdekken van nieuwe stekken. Dat geldt wat mij betreft helemaal voor het buitenland. Niets mooier dan de eerst gehaakte vis op een zelf gevonden stek aan een compleet onbekend water! Wie dat ook vindt, zou hier kunnen stoppen met lezen. Voor wie zich realiseert dat tijd op buitenlandse vistrips altijd de grootste beperkende factor is en voor een visser op gezinsvakantie al helemáál: probeer de volgende plekken maar eens.

- Direct naast de camping, zo’n beetje achter plaats A19, kun je langs de oever naar beneden. In het midden van de rivier ligt daar een stroomversnelling en onder de kant stroomafwaarts loopt een prachtige geul. Niet een van de rustigste stekken natuurlijk, maar wel een hele goeie! Barbeel en kopvoorn heb ik hier gevangen, maar ook blankvoorn en brasem.

- Ook op de camping: het puntje waar de Mesvrin de Arroux  in stroomt. Zowel in de Mesvrin als verder stroomaf langs de overhangende takken in de Arroux een prima dobberstek voor sneep.

- Vanaf de camping rechtsaf kunt u ongeveer twee kilometer verderop een klein paadje in. Even voorbij het huis dat in de flauwe bocht naar rechts staat. Pas op, u rijdt er zo voorbij! Dit pad loopt naar een oude spoorbrug over de Arroux. De brug over en dan meteen links naar beneden. Pal onder de brug heb ik een paar geweldige barbeelsessies gehad. Bij laag water is het mogelijk om even verderop de rivier door te waden naar de zandbank en daar vanaf te vissen. Dobbervissen kan langs diezelfde zandbank. Meer in de buitenbocht en onder de brug is de stroom meestal zo sterk dat een loodje het veel beter doet.

Natuurlijk valt er nog veel meer te ontdekken langs de rivier of verderop in het Franse land.

Richard van den Bos

website camping Des2Rives